18e jaargang februari 2010
Tijd van stilzitten is voorbij in 2010
Het nieuwe jaar 2010 belooft een beter jaar te worden dan 2009. Niet dat de crisis nu gelijk voorbij is, maar de algehele verlamming waar vele ondernemingen in 2009 last van hadden, lijkt voorbij. Bedrijven realiseren zich dat stil zitten niet langer een optie is en dat er nieuwe plannen gemaakt moeten worden.
Annalise merkt dit ook. Sinds afgelopen najaar is het aantal projecten substantieel gestegen. Opdrachtgevers zijn weer bezig met het heft in eigen handen te nemen. Strategische heroriëntaties, marktbewerking, sales plannen, productinnovatie – allemaal gebieden waarbij Annalise met market intelligence een belangrijke adviserende rol kan spelen.
Het afgelopen jaar 2009 heeft ook aangetoond dat market intelligence van blijvende waarde is. In 2009 hebben we wederom de nodige mooie projecten mogen doen. Omdat market intelligence in alle fasen van de economische cyclus van belang is. Ook wanneer de opdrachtgever bezig is met het sluiten van vestigingen, met kostenbesparingen en productrationalisatie. Dit moet namelijk wel verantwoord gebeuren, zonder dat je jezelf op lange termijn in de vingers snijdt.
De ene sector krabbelt al weer flink uit het dal, terwijl andere branches nog worstelen met de crisis. Annalise kan in beide gevallen uitstekend van dienst zijn. Wij werken graag met u samen in 2010!
Gemeenteraadsverkiezingen: market intelligence als basis voor succes
In hoeverre is market intelligence relevant voor politici?
Het zal u vast niet ontgaan zijn: op 3 maart aanstaande zijn er verkiezingen voor de gemeenteraad. Politieke partijen zijn druk met het uitrollen van hun campagne, waarbij market intelligence – kennis van de kiezer en de concurrent – een belangrijke rol speelt.
Partijen gaan steeds gestructureerder om met de benadering van de kiezer. Zo heeft D66 onlangs op basis van marktonderzoek een vijftal kiezersdoelgroepen geformuleerd, waarop de partij zich in de campagne expliciet zal gaan richten. Daarnaast speelt ook “competitive intelligence” in toenemende mate een rol.
In de Verenigde Staten is de inzet van ‘competitive intelligence’ tijdens verkiezingscampagnes al zeer gebruikelijk. De Nederlandse Kristen Verdel (PvdA) was tijdens de presidentsrace van Barack Obama werkzaam op de intelligence afdeling van de Democraten. Deze afdeling verzamelde alle informatie over de Republikeinen, met als doel een “concurrentievoorsprong” te realiseren. Ook was er een “rapid response” team: zodra de Republikeinen met een politieke aanval kwamen, werd er razendsnel “counter intelligence” ingezet om snel te kunnen reageren. Een uiterst efficiënt en effectief intelligence apparaat dus, waar menige onderneming nog wat van kan leren.
Europese distributie binnen 24 uur biedt kansen voor groeiend dagvers segment
Hoe ontwikkelt zich de fooddistributie?
In drie van de tien vrachtauto's zitten agrarische producten en/of voedingsmiddelen. Jaarlijks levert deze logistiek een bijdrage van € 10 miljard aan de Nederlandse economie. Desondanks is innovatie zeer nodig.
In 1995 bedroeg de toegevoegde waarde van voedingsmiddelendistributie aan de Nederlandse economie nog € 5,5 miljard. In 2006 was dat maar liefst € 9,4 miljard. Ook het relatieve belang van logistiek in het agrocomplex neemt toe, van 17% in 1995 tot 21% elf jaar later.
Steeds meer agroproducten worden via containers van overzee aangevoerd. Toch is meer innovatie nodig. Agrologistiek gaat niet alleen over organisatie en efficiëntie, maar ook over kwaliteit. Kwaliteit van producten én kwaliteit van leven. Deze innovatie heeft niet zozeer te maken met techniek, maar met de manier van denken.
Kansen liggen er onder meer op het spoor of in de binnenvaart. Volgens experts moet het mogelijk zijn om in Europa binnen 24 uur op de plaats van bestemming te zijn, maar het duurt nog even voor het echt zover is.
Of vervoer van dagverse producten via spoor of binnenvaart nu mogelijk is of niet, veel hangt ook af van de impact op de consument. Als dankzij conditionering versproducten langer goed kunnen worden houden, komen binnenvaart en spoor daadwerkelijk in aanmerking. Alleen moeten consumenten wel eerst overtuigd worden dat een product nog steeds dagvers is als het al drie dagen onderweg is.
---------------------------------------------------------------------
Foodservice verliest en supermarkt wint
Wat is de invloed van de recessie op verkoopkanalen van voeding?
Het Foodservice Instituut Nederland rapporteerde onlang dat Nederlanders afgelopen jaar € 155 miljoen minder hebben uitgegeven aan voedings‐ en genotmiddelen. Het blijkt dat met name het foodservice kanaal een zware klap gehad heeft. In het foodservice kanaal liep de totale omzet met bijna € 650 miljoen terug.
In het jaar van de recessie is de consument niet zozeer minder vaak gaan eten, maar er wordt voornamelijk op andere plaatsen gekocht en geconsumeerd. Men ging minder vaak en minder exclusief uit eten en ging meer voor goedkoper en gemakkelijker. De supermarkt heeft zijn aandeel binnen de food dan ook zien stijgen in 2009 van 45,8% naar 47,6%.
Axel Weber, voormalig topman bij Karstadt Duitsland, pleitte in januari op de Horecava voor meer samenwerkingsverbanden tussen retail en foodservice concepten. Voorwaarde is volgens hem wel deze partijen elkaar de ruimte geven en de tijd nemen om elkaar te leren kennen. Eerder genoemde cijfers geven aan dat retail in een relatief gunstige positie zit. Vanuit retail zien we dan ook inderdaad steeds meer foodservice initiatieven. De vraag is alleen wanneer foodservice wakker wordt en de eerste toenadering richting retail gaat zoeken.
Authenticiteit en nieuwe media laat ondernemers overstappen naar alternatieve locaties
Wat bepaalt de winkellocatie in 2010?
De retailsector is in beweging als nooit tevoren. Consumenten worden steeds mondiger en vertonen op bepaalde punten ander gedrag dan voorheen. Ondernemers worden geconfronteerd met de effecten van nieuwe media wat resulteert in meer bewustwording ten aanzien van de te maken locatiekeuze. Annalise adviseert regelmatig over de keuze van vestigingsplaats en was begin februari dan ook actief bij NRW Masterclass 2010. Het hoofddoel van deze masterclass was inzicht te krijgen in wat het DNA van een bestaande voorzieningenstructuur van een stad als Amsterdam nodig heeft om de consument te blijven interesseren.
Gedurende de dag bleek al snel wat een winkelstad als Amsterdam te kort komt. De grootste klacht van het winkelend publiek over de Amsterdamse winkelstraat is het grauwe en eenzijdige winkelbeeld. Consumenten zijn op zoek naar authentieke winkels met een diep en bijzonder assortiment en deskundig, klant- en servicegericht personeel. Deze redenen verklaren voor een groot deel het succes van bijvoorbeeld ‘de 9 straatjes’. Voor ondernemers wordt het echter steeds lastiger een geschikte locatie te vinden. Waar de Kalverstraat een aantal jaar geleden garant stond als toplocatie, zijn retailers steeds meer aan het zoeken naar alternatieven. Een vestigingsplaatsonderzoek helpt ondernemers bij het vinden van een geschikte locatie.
Medicijnkosten zijn slechts een klein deel van de totale zorgkosten
Wat is het aandeel van medicijnkosten in de totale zorgkosten?
De kosten van de zorg zijn de laatste jaren aanzienlijk gestegen. Van 10,5% van het Bruto Nationaal Product in 2001 naar 12,4% in 2006. Dat is net iets onder het gemiddelde van alle EU landen. Per inwoner gaf Nederland ongeveer € 2800 uit, hetgeen boven het EU gemiddelde ligt (€ 2100). Het is de verwachting dat de zorgkosten de komende jaren verder toenemen als gevolg van de zogenaamde “dubbele vergrijzing”; de groep baby boomers bereikt rond 2011 de pensioengerechtigde leeftijd en de levensverwachting van mensen stijgt. Vooral de kosten voor chronische ziekten zoals diabetes, obesitas en COPD zullen significant toenemen.
Als de kosten van zorg ter spraken komen dan wordt vaak (onterecht) alleen gekeken naar de uitgaven voor medicijnen. Dit blijkt wel als we bijvoorbeeld de feiten ten aanzien van COPD (Chronic Obstructive Pulmonary Disease) op een rij zetten:
-
1,3% van de totale zorgkosten in Nederland komt voort uit COPD.
-
Naar schatting 1 miljoen Nederlanders lijden aan enige vorm van COPD, maar de helft hiervan is niet gediagnosticeerd.
-
Een COPD patiënt kost gemiddeld € 900 per jaar.
-
De totale kosten voor COPD zorg bedragen € 280 miljoen.
-
Bijna 10% van de mensen met COPD wordt in het ziekenhuis opgenomen.
-
De gemiddelde opnameduur is 12 dagen - De ziekenhuiskosten bedragen 27% van de totale kosten voor COPD zorg.
-
De kosten voor medicatie bedragen 22% van het totaal.
-
Hoe ouder de patiënt, hoe lager de medicijnkosten, maar hoe hoger de kosten voor verzorging.
---------------------------------------------------------------------
Patiënt heeft profijt van een open source systeem voor richtlijn optimalisatie
Hoe kan het proces van richtlijnontwikkeling worden verbeterd?
Richtlijnen zijn landelijk geldende, vakinhoudelijke aanbevelingen bedoeld om de zorg van patiënten te optimaliseren. Zij bieden zorgverleners ondersteuning bij hun klinische besluitvorming hetgeen de kwaliteit van zorg ten goede komt. De aanbevelingen in richtlijnen worden zoveel mogelijk evidence based onderbouwd. Hierbij moet echter worden aangetekend dat, gezien de veelheid aan onderzoeken naar de werking van medicijnen die wereldwijd wordt uitgevoerd en de hieruit voortvloeiende data, op het moment van publicatie een richtlijn vaak al weer achterhaald is. Het is dus erg belangrijk dat het proces van richtlijnontwikkeling wordt verbeterd. Maar hoe?
Richtlijnen zijn op zoveel mogelijk bewijs gebaseerde inzichten en aanbevelingen. Zij vormen derhalve geen wettelijke voorschriften. De aanbevelingen zijn doorgaans gebaseerd op de ‘gemiddelde patiënt’. En die bestaat niet. Indien noodzakelijk kunnen zorgverleners op basis van hun professionele autonomie afwijken van een richtlijn. Dit dient dan natuurlijk wel goed te worden beargumenteerd en gedocumenteerd. Immers, zorgprocessen zijn doorgaans complex. Het ontwikkelen van richtlijnen vereist dan ook een multidisciplinaire aanpak. Hierdoor participeren afgevaardigden van verschillende wetenschappelijke verenigingen en patiëntvertegenwoordigers die betrokken zijn bij een specifiek zorgprobleem, in richtlijnontwikkeling.
Aanpassing en verbetering van richtlijnen zou echter een continu proces moeten worden waarbij richtlijnen direct zouden moeten kunnen worden aangepast en geïmplementeerd op basis van de meest recente wetenschappelijke data en klinische inzichten. Een meer innovatieve benadering via een beperkt open source (Wikepedia-achtig) systeem zou bij uitstek geschikt zijn voor richtlijnontwikkeling waarbij richtlijnen altijd up-to-date zullen zijn, ondersteund door de meest recente wetenschappelijke data of ervaringen. En waarvan de patiënt uiteindelijk profiteert. Op deze wijze vormen richtlijnen meer dan ooit een integraal onderdeel van een systeem dat is gericht op kwaliteitsverbetering.
Succes lokale energie-iniatiatieven afhankelijk van betrokkenheid consument
Hebben lokale energie-initiatieven de toekomst?
Steeds meer gemeenten, particulieren en verenigingen denken na over het oprichten van een eigen lokaal energiebedrijf om zo in te spelen op de behoefte aan duurzame energie.
Bij gemeenten komt deze gedachte voort uit de ambitie om klimaatneutraal te worden. Een ambitie die vaak ook bestuurlijk is vastgelegd. Lokale initiatieven zijn veelal een publiek-private samenwerking, waarbij gemeenten samenwerken met (lokale) marktpartijen.
Marktpartijen zien namelijk zelf ook een toekomst in lokale initiatieven. Zo startte Essent het afgelopen jaar een dialoogcampagne genaamd ‘Buurtenergie’, waarmee zij meer bekendheid wil geven aan de mogelijkheden die er nu al zijn om lokaal energie op te wekken. Eneco ziet haar rol veranderen van een traditionele energieleverancier naar energieregisseur. Samen met de consumenten, bedrijven, woningbouwcorporaties, overheid en wetenschap werkt Eneco aan een duurzame, decentrale toekomst.
Hoewel lokale initiatieven op het gebied van duurzame energie kunnen rekenen op genoeg sympathie van consumenten, blijkt het tot op heden lastig consumenten daadwerkelijk te betrekken bij dergelijke initiatieven. Betrokkenheid zal de komende jaren het sleutelwoord zijn bij het succes van lokale energie-initiatieven.
[naar begin]
Deze Special is een uitgave van Annalise ten behoeve van haar relaties. Hiermee houden wij u op de hoogte van relevante marktontwikkelingen. Annalise baseert haar inzichten deels op bestaande onderzoeken en publicaties. Graag maken wij deze bronnen kenbaar, indien dit auteursrechtelijk wordt verlangd.
|